Vanmorgen las ik in de geelblauwe rups een artikel in de Boekenbijlage van De Slijpsteen die ik vroeger ook had. Nu heb ik De Slijpsteen niet meer, en wie denkt dat ik een DVHN-adept ben geworden heeft het mis. Goed, DVHN klinkt als een hip kledingmerk, maar is dat niet. Het DVHN is de regionale krant hier in het Veen en omstreken. Daar voelde ik me dan toch net een tandje te goed voor, dus nu heb ik De Snobbenkrant, en lees ik in het Engels (dit om nakende hersenverweking tegen te gaan) berichtgeving over de EU, over internationale betrekkingen, over wereldwijde economie die mij meer leert over mijn eigen land (met als voorlopig hoogtepunt een artikel van een halve pagina over palingvisserij en het ontduiken van regelgeving door naar ik meen Marker palingvissers, compleet met interviews!) dan ik in de landelijke kranten ooit heb gelezen. Ik lees er meningen die uit alle windstreken komen, en niet alleen maar uit 's lands Westelijke polderstreken.
Maar vanmorgen had ik dus een kleine Wiedergutmachung met De Slijpsteen. In de bewuste boekenbijlage schreef Renate Dorrestein een bepaald niet onaardig opiniestuk over recensenten van romans, en dan met name over de verhouding van de waardering van ethiek en esthetiek in recensies: het een is per definitie vreemd en verwerpelijk, het ander is een welkom label om overal op te plakken als je het eigenlijk over het een zou moeten gaan hebben maar dit niet wilt of niet kunt. In dit artikel boende Dorrestein fijntjes de neuzen van het recensentenkorps, volgens haar helaas nog altijd bestaand uit een veel te homogene groep witte mannen van een bepaalde leeftijd woon- of werkachtig in Amsterdam, voor wie alles wat zich buiten de A10 afspeelt een eng en onbekend maar vooral ook totaal oninteressant en doods achterland is. En daar werd ik als nieuwe Buitenrandstedeling door getriggerd. Want ook toen ik in de Randstad woonde, ergerde ik mij er al een bult aan, die op vrijwel niets gebaseerde opvatting dat 'het' in Amsterdam gebeurt. Ja, het Muziekgebouw aan het IJ staat in Amsterdam, het Concertgebouw ook, de Stopera ook, en er staan een paar wereldberoemde musea in Amsterdam. En daar gebeuren inderdaad zeer fraaie dingen. Maar dat wil niet zeggen dat die niet ook elders gebeuren.
Mijn ergernis ebde weer weg, want ik dacht aan de Veenbewoners die goedmoedig zeggen wanneer je ze vertelt dat er hele volksstammen zijn die oprecht denken dat achter Utrecht Het Grote Bos begint dat nooit meer ophoudt: No, dan moet'n ze daor mar lekk'r blijv'n, ze kunn'n hier best 'ns wat koom'n bezichtig'n, as ze ok mar weer terug gaon...'. Bij het luisteren van de radio4daagse echter kwam mijn ergernis ineens weer naar boven. Want wat bleek nu tijdens de uitzending: mezzosopraan Christianne Stotijn (inderdaad niet de minste) was ten behoeve van een benefietconcert (haar gage ging naar een tropenarts geloof ik) he-le-maal naar de rand van de aarde afgereisd, ongetwijfeld een barre tocht die haar langs vele gevaren heeft gevoerd, om op te treden voor de inderhaast ter plekke verzamelde inboorlingen (jammer, dacht ik nog, dat Lévi-Strauss niet meer leeft, hij zou er ongetwijfeld een mooi verhaal van hebben kunnen maken). Een heldendaad: haar wedervaren werd welhaast hagiografisch beschreven, als betrof het een herleving van Bonifatius' goede werken. Stotijn werd alom geroemd door de presentator, deze keer niet om haar inderdaad grote muzikale talent, neen neen, maar om haar wens beschaving te brengen in de Donkere Gebieden, en al dat fraais ook nog eens pro bono!
En waar gebeurde dit, lieve lezer, welke stam van wiens holebeer werd daar door goddelijke klank verlicht? Houd u vast, het ging om het volgens de presentator (en ja, dit zei hij echt) volslagen onbekende plaatsje Oldeberkoop. Nu kan ik mij levendig voorstellen dat niet iedereen jaarlijks op bedevaart gaat naar Oldeberkoop (al kun je er dus kennelijk prachtige concerten van Christianne Stotijn horen), maar iedereen die wel eens via de A7 van Amsterdam (Zoals men in Rotterdam zegt: 'Waar lèg dat dan?') naar Groningen is gereden heeft op zijn minst een afslag Oldeberkoop zien staan bij Heerenveen in de buurt. Uw reporter spotte hem laatst nog middenin de nacht, dus helemaal onzichtbaar kan hij niet zijn.
Om in de sfeer van Renate Dorrestein te blijven: de moraal van dit verhaal luidt: bent u ook zo'n Amsterdamse provinciaal? Kijk in 2010 eens wat verder over de ring-A10, misschien ontdekt u dat er nog 15,5 miljoen mensen in dit zompig landje wonen.
woensdag 30 december 2009
zaterdag 5 december 2009
Het Veen on Tour
Wie denkt dat je uit het Veen wegkomt door 8 uur in een geelblauwe dan wel roodgrijze rups te kruipen vergist zich. Zelfs wanneer je als would be refugee in Metropool B. aankomt om er over De Toekomst van je Business te praten is het Veen dichterbij dan je denkt. Er zijn overigens vervelender plaatsen om over een dermate interessant en inspirerend onderwerp te praten dan Metropool B, stad van oude en nieuwe business, stad van historie en toekomst, stad van omzien in verwondering, ontroerd raken door het heden, en, geloof het of niet, met groeiende verwachting en beginnend reikhalzen naar de toekomst willen kijken.
Met andere woorden, B. is een uitstekende plaats om eens te reflecteren over De Toekomst van je Business. En daarmee ook over De Toekomst van Het Veen. Het Veen dat, als we de legendes mogen geloven, wezens voortbrengt die in staat zijn zich uit hun eigen as te herscheppen. Het Veen dat zich al meer dan 200 jaar min of meer genoeglijk koestert in de wetenschap dat het, zompend als het is, uitstekend in staat is om een status quo tot in lengten van dagen te conserveren. Een bezoek aan het eveneens legendarische Butter Museum in de Ierse havenstad C. leert ons dat de Ieren eeuwen geleden terug al heel goed wisten dat je boter prima kunt conserveren in... precies: Veen. Je stopte de boter in een houten vat, groef het in in het Veen, en hoppekee, een kleine 1000 jaar later kunnen we het halfvermolmde vaatje nog altijd aanschouwen in het betreffende museum.
Welnu, in metropool B. constateerden geheim agenten TT en R2 eenzelfde situatie: als je maar glad genoeg bent en je hebt iets met Veen, blijf je veel langer in shape dan iedereen denkt. Het eerste echt in het oog springende aanplakbiljet in deze van cultuuruitingen kolkende stad, was het postertje dat de glimmende (want met restanten van een lokale boterberg ingevette?) halfkale schedel toonde van een Nederlandse, bij onze Oosterburen mateloos populaire volksclown, bij ons inmiddels bekend als self-confessed politiek specialist. De vedel vlijtig onder de kin geklemd, compleet met stereotiepe rode dopneus, fronsrimpels en min of meer oprecht overkomende knipperwimpers stond hij daar op het inmiddels voor de helft overplakte postertje. Na al die jaren, in weerwil van knettergekke kritieken, nog altijd onderweg. We werden toch wel even door nationale trots overvallen. JPB gaat weliswaar niet naar Brussel, maar wel kregen we een herbenoeming voor Good Old Neelie K. (You rock! Go woman!), het hoogste aantal buitenlandse deelnemers aan de Online Educa conferentie, en ook wordt deze inmiddels in Nederland bedreigde diersoort, nog steeds zonder vrees aangekondigd in uitgerekend metropool B., ooit de gedroomde hoofdstad van een nimmer eindigend rijk. (Je zou qua conservatiegraad blij worden dat die stad niet op veengrond gebouwd is...)
Het was een voorbeeld van Het Veen op zijn (re)tour vermoed ik. Daarnaast was het overigens ook wel een erg vertrouwd gezicht. Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk...
Met andere woorden, B. is een uitstekende plaats om eens te reflecteren over De Toekomst van je Business. En daarmee ook over De Toekomst van Het Veen. Het Veen dat, als we de legendes mogen geloven, wezens voortbrengt die in staat zijn zich uit hun eigen as te herscheppen. Het Veen dat zich al meer dan 200 jaar min of meer genoeglijk koestert in de wetenschap dat het, zompend als het is, uitstekend in staat is om een status quo tot in lengten van dagen te conserveren. Een bezoek aan het eveneens legendarische Butter Museum in de Ierse havenstad C. leert ons dat de Ieren eeuwen geleden terug al heel goed wisten dat je boter prima kunt conserveren in... precies: Veen. Je stopte de boter in een houten vat, groef het in in het Veen, en hoppekee, een kleine 1000 jaar later kunnen we het halfvermolmde vaatje nog altijd aanschouwen in het betreffende museum.
Welnu, in metropool B. constateerden geheim agenten TT en R2 eenzelfde situatie: als je maar glad genoeg bent en je hebt iets met Veen, blijf je veel langer in shape dan iedereen denkt. Het eerste echt in het oog springende aanplakbiljet in deze van cultuuruitingen kolkende stad, was het postertje dat de glimmende (want met restanten van een lokale boterberg ingevette?) halfkale schedel toonde van een Nederlandse, bij onze Oosterburen mateloos populaire volksclown, bij ons inmiddels bekend als self-confessed politiek specialist. De vedel vlijtig onder de kin geklemd, compleet met stereotiepe rode dopneus, fronsrimpels en min of meer oprecht overkomende knipperwimpers stond hij daar op het inmiddels voor de helft overplakte postertje. Na al die jaren, in weerwil van knettergekke kritieken, nog altijd onderweg. We werden toch wel even door nationale trots overvallen. JPB gaat weliswaar niet naar Brussel, maar wel kregen we een herbenoeming voor Good Old Neelie K. (You rock! Go woman!), het hoogste aantal buitenlandse deelnemers aan de Online Educa conferentie, en ook wordt deze inmiddels in Nederland bedreigde diersoort, nog steeds zonder vrees aangekondigd in uitgerekend metropool B., ooit de gedroomde hoofdstad van een nimmer eindigend rijk. (Je zou qua conservatiegraad blij worden dat die stad niet op veengrond gebouwd is...)
Het was een voorbeeld van Het Veen op zijn (re)tour vermoed ik. Daarnaast was het overigens ook wel een erg vertrouwd gezicht. Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk...
Abonneren op:
Posts (Atom)