vrijdag 27 november 2009

De Veen-Clinique

Het is op het moment wat guur in het Veen. Misschien is het wel guur in de rest van Nederland ook. Maar op een of andere manier heb ik het idee dat het in het Veen, ook op de zandspot in het Veen waar ik dagelijks fiets, ploeter en mij met allerhande zaken onledig houd (waarover in toekomstige berichten meer), extra guur is. Het is mij niet helemaal helder waar dit nu door komt. Een van de resultaten van de guurheid van en in het Veen is dat mijn gezichtshuid dagelijks zijn beklag doet in de vorm van trekkerigheid en een continue vraag om zorg en aandacht. Ik heb de afgelopen maanden mijn levensstijl goed in de gaten gehouden om erachter te komen of ik misschien nog wat verder kon snoeien in slechte gewoontes met betrekking tot vochtgebrek in de huid. Afgezien van het knagen van de tand des tijds kan men immers zelf een en andere vertraging in- en aanbrengen. Braaf dronk ik mijn water, gezeglijk dronk ik mijn kruidenthee. Ik reduceerde mijn koffieconsumptie nog wat verder. Roken deed ik al niet meer, en ook de drankconsumptie bleef behoorlijk binnen het door de dokter toegestane level, waarbij iedere unit drank netjes door een glas water vergezeld geconsumeerd werd. Ik keek of ik genoeg vitamines at, genoeg vezels, niet teveel vet, geen of weinig suiker, enzovoorts.

En toch. En toch bleef het trekken, zompen, kliederen geblazen. Als het regende, trok ik netjes mijn GoreTex jas aan - esthetiek is belangrijk, zeker, maar regen in het Veen is een ultiem geval van nood breekt wet: het klepje van mijn GoreTex capuchon behoedde mijn snuit voor nog ergere aanvallen van Grootse Guurheid. Keer op keer vertrok ik uit de Stad in de droogte, en arriveerde ik in het van nattigheid walmende en zompende Veen. Het verbaasde mij zelfs dat de Geelblauwe Rups verder kon - ik kreeg steeds meer waardering die laatste weken voor de NS, nog geen vierkant wiel gezien dit jaar (die dingen bestaan echt alleen in de Randstad, temidden van de rottende tulpenbollen, begin ik te denken). Ze konden steeds weer wegkomen uit die zuigende, kolkende veenmassa als ze erin waren beland. Zij wel. Ik vocht mij, stoempend en snotterend, trappend op mijn pedaaltjes dagelijks door het Veen van en naar het station. Ondertussen werd de roep van mijn precieuze appelwangen steeds sterker. Voed ons! Fiets wel, en werk ook, maar zie ook om! leken ze te roepen.

Op zekere zaterdag zag ik in dat het zo niet langer kon. Huisband en ik gingen even winkelen in de Stad, en Huisband moest nog even iets bij de bjoetiewinkel. Ik keek, zocht, en vond wat ik nodig had tegen de verveenlijking van mijn snoet: het sprookje van de Acht Getemporiseerde Anti-oxidanten. Een product in de reeks: wij zijn heel duur maar als je ons netjes gebruikt maken we je o zo gelukkig, gefabriceerd door en voor de Veen-Clinique. Iedere avond smeer ik nu 'hi-ho, hi-ho' neuriƫnd mijn gezicht voorzichtig in met dit goedje, en leg ik mij als een ware Cleopatra, armpjes devoot over de borst gekruist in de echtelijke sponde. Liever een farao dan een veenlijk. Welkom in de Veen-Clinique.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten